Vrijwillige inzet 

'Vrijwillig maar niet vrijblijvend'

De invoering van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) maakt dat er een grote roep is om Vrijwillige inzet. Er wordt minder en minder professionele hulp verleend, van kortere duur en minder intensief. Zelfstandig thuis blijven wonen met een beperking is eerder regel dan uitzondering. Mantelzorgtaken zijn een vanzelfsprekendheid geworden. Ook mensen met en beperking doen steds meer mee in het Vrijwilligerswerk. Dit alles vraagt initiatief, visie en beleid.

METSJING is met name actief in het gebied van 'afstemmen van beleid rond Vrijwillige inzet.
Jarenlange ervaring als 'Adviseur Vrijwillige inzet en Mantelzorgondersteuning' heeft ervoor gezorgd dat ik  met name expert ben op het snijvlak van Vrijwilligersbeleid, Mantelzorgondersteuning en cliëntzorg. Moderne techniek zoals websites en Apps’ om hulp te vragen én aan te bieden, schenken gebruiksgemak en maakt het vragen van hulp makkelijker. Metsjing weet hierin goed de weg te duiden.
Met toegepaste methodes licht zij organisaties door, waarna Vrijwilligersbeleid ontwikkeld en geïmplementeerd kan worden. Ook de individuele vraag voor inzet van Vrijwilligers als ondersteuning aan de mantelzorg ligt in mijn expertise gebied.

Inclusie gaat over het meedoen en erbij horen van mensen met een beperking. Vaak hoor je ook de term inclusieve of gevarieerde samenleving. Een samenleving waar iedereen kan meedoen. Een eenvoudige definitie van inclusie is: ‘insluiting, het tegenovergestelde van exclusie (uitsluiting)’ (van Dale). Een samenleving die open staat voor iedereen
In het verleden werd er wel gesproken over integratie, dan ging het om integratie van een persoon met een beperking in de samenleving, de persoon moet zich dan aanpassen aan de samenleving. Bij inclusie gaan het een stap verder, de samenleving moet in principe open staan voor iedereen, iedereen moet kunnen meedoen en iedereen hoort erbij.
Bij inclusie gaat het om:
• Meedoen in de samenleving,
• Welkom zijn,
• Erbij horen,
• Geaccepteerd worden,
• Niet uitgesloten worden,
• Waardering krijgen,
• Een goed leven hebben,
• Sociale rollen vervullen,
• Iets nuttigs doen,
• Eigen keuzes kunnen maken.
In de onderstaande afbeelding zie je inclusie afgebeeld. Inclusie wordt hierin gezet ten opzichte van uitsluiting, segregatie en integratie.


Inclusie is tweerichtingsverkeer. De persoon moet willen participeren, maar de samenleving moet daar ook voor open staan. Anders wordt het wel erg lastig. We noemen dat ook wel pull en push factoren (je kunt een persoon pushen naar de samenleving, maar de samenleving moet de persoon ook aantrekken naar de samenleving).
Kwaliteit van bestaan
Het vertrekpunt bij inclusie is een goed leven, dat wordt ook wel kwaliteit van bestaan genoemd. Iedereen streeft een goed leven na, en daarbij gaat het om universele aspecten die voor alle mensen gelden. Zo zegt een oud Chinees spreekwoord: ‘Geluk is: iemand om van te houden, iets om te doen en iets om op te hopen’. Het streven naar een goed leven geldt voor iedereen, of je nu in China woont of in Nederland, of je jong bent of oud, of je een beperking hebt of niet. Bij inclusie gaat het ook om burgerschap, iedere persoon is burger en heeft burgerrechten, maar ook burgerplichten.
Nederland is geen koploper op gebied van inclusie. Voor een deel heeft dit te maken met de geschiedenis van de zorg in Nederland. Inclusie gaat ook niet vanzelf, je moet het zien zitten en erin geloven (visie) en je moet eraan blijven werken.

Samengevat;
• Inclusie gaat over meedoen en erbij horen (echt meedoen en er echt bij horen).
• Het gaat bij inclusie om het streven naar een goed leven.
• Inclusie betekent insluiting, het tegenovergestelde van uitsluiting.
• Inclusie is twee richtingsverkeer: tussen samenleving en persoon.
• Inclusie gaat niet vanzelf, je moet erin geloven en er actief aan werken.